dinsdag 22 december 2015

Met de A.V.R.O. in Hindeloopen 1950

Heerenveense Courier 5 augustus 1950

Met de A.V.R.O. in Hindeloopen


Gerke Mulder
Hindeloopen, de aanstonds feestende stad in Frieslands uiterste Zuidwesten, heeft deze week niet over gebrek aan belangstelling te klagen gehad, Toen we gisteren, Vrijdag, in de kleurige toonkamer van de fa. Roosjen waar allerlei nieuw-oud Hylper meubilair tot kopen lokt, de laatste bladzijden van het trouw bijgehouden gastenboek doorbladerden, dachten we een ogenblik, dat U.N.O. een geheime vergadering had gehouden in Frieslands elfde stede. Het wemelde namelijk van buitenlandse persoons- en plaatsnamen, waarvan Tel Aviv zeker wel de verste was. Toen we echter tevergeefs de naam Malik zochten moesten we wel aannemen, dat een invasie van ander karakter Hindeloopen had aangedaan en dat bleek ook het geval te zijn. De namen behoorden n.l. toe aan een 150-tal studenten in de rechtsgeleerdheid die ter gelegenheid van een internationaal congres ook Friesland hadden aangedaan.

Gisteren beleefde het stedeke een tweede invasie, maar dit bestond uit een hesl wat kleiner aantal personen en wel geteld twee grijze auto's zij het dat de ene, die de letters NRU droeg, wel een zeer formidabele wagen was. U hebt het natuurlijk al begrepen: de radio was naar Hindeloopen gekomen en wel in de vorm van een geluidswagen van de Radio Unie en een reportageauto van de AVRO, die de bekende reporter drs. Jonker en de heer Post, redacteur van de Radiobode, naar de 725-jarige had gebracht. In Hilversum had men ook van de grote plannen gehoord die er in Hylpen bestaan en men kwam nu opnamen maken die bestemd waren voor een speciaal geschreven klankbeeld, getiteld: De elfde der steden, dat Donderdag 17 Augustus 's avonds om 7 uur „de lucht ingaat" om het met 'n radio-term te zeggen. De uitzending zal om 7.25 geëindigd zijn. Vijf en twintig minuten lijkt lang, maar in Hindeloopen bleek de „stuff" zo rijk voorhanden, dat er 6 platen werden volgedraaid. Natuurlijk wordt daaruit in de studio het beste uitgekozen en dat krijgt dan een plaatsje in het tekstschema dat aan het klankbeeld ten grondslag ligt.

Hindeloopen liet zich van zijn beste zijde zien. De buien waren overgedreven en er stond een frisse bries uit zee die de lucht schóonveegde, de drogende netten in de haven deed bollen en de weg vrijmaakte voor een tintelend zonnetje dat grote stukken licht over de schoongewassen huisjes wierp.
De hoge toren van stropakken die op de Niëste stond opgestapeld, bestemd voor het achter het stadhuis gelegen feestterrein, blonk als goud en een blank jacht met Hollandse vakantiegangers in de „Dyksfaet" straalde van het licht. Zoals de natuur was, zo waren de mensen. Burgemeester Stallinga, hoewel ongesteld en op dokters advies „rustig thuis", liet geen verstek gaan en hield in de gezellige ambtskamer een praatje over de aanstaande feestelijkheden. Met gerechtigde trots kon hij vertellen, hoe heel Hylpen meeleeft en meewerkt. Schilders en timmerlui verven en hameren 's avonds prodeo aan coulissen en Bühne, avond aan avond wordt er gerepeteerd om in het openluchtspel De stad onzer vaderen, dat Abe Brouwer heeft geschreven, de glans van het oude Hindeloopen vier avonden lang nog eens in al zijn grootheid te doen herleven. Abe zelf kwam ook voor de microfoon. Attente commissieleden hadden hem opgeroepen en zo kon hij vertellen, hoe zijn stuk tot stand kwam en wat het inhoudt een grootse revue van het oud-stedelijke leven, wording, bloei en ook de tragiek van het afsterven, maar toch culminerend in de pronk en het stijlvolle leven der Gouden Eeuw. Een stuk waarin de moderne tijd telkens even spreekt in de kleurige figuren van de Leugenbank-filosofen die tussen de historische scènes hun woordje spreken. Ondanks de Hollandse naam is het stuk in het Fries geschreven, zij het met een verdienstelijke Hollandse proloog en toelichtende lussenteksten. Deze proloog wordt gesproken door de Ned. Herv. predikant, waaruit men ziet dat werkelijk de hele stadsgemeenschap (naar Dievers voorbeeld) meedoet. Hindeloopen kranig Stedelijk Muziekkorps begeleidt en speelt de door directeur De Boer bij het spel geschreven muziek.

„Abe", die ook de regie van het stuk voert, kreeg intussen nog gelegenheid in een korte historische scène die het klankbeeld bevat, de rol van de 17de eeuwse waard van „De Zwaan" te vervullen, wat hem in de tot gelagkamer gemetamorfoseerde werkplaats van de fa. Roosjen maar glad afging!
Daar verscheen ook Gerke Mulder, kapitein van de reddingboot C. A. den Tex, die er rond voor uitkwam, dat hij graag wou opschieten, omdat hij zijn middagslaapje niet graag miste. Tot zover