maandag 13 december 2010

#Sneek. Het liefst de BOER OP

De Zwette.
Dit interview van Yvonne Jansen waarin ze een bijzonder goed beeld geeft van ons gesprek, was de basis voor het artikel in het Jaarboek Binnenlands Bestuur
De boer op. Dat is wat Anske Smit het liefst doet. Letterlijk vaak, zittend aan de keukentafel of struinend door het weiland.
Naam Anske Smit Leeftijd 60 Werkgever Dienst Landelijk Gebied (DLG) in Friesland. Functie medewerker gebiedsontwikkeling. Opleiding Mulo en permanente educatie.
De blaren op zijn tong kletsen, dat kan Anske Smit. Maar ook: goed luisteren. En aangrijpingspunten zoeken in mensen. Als het lukt, zijn dat voor hem kleine overwinningen. Zoals die keer dat hij het respect won van een grote Friese boer. ‘Een grote boer word je niet zomaar. Dan moet je wel een persoonlijkheid zijn, en een grote bek hebben. Zo’n type boer wil altijd iets anders dan jij. Het was winterweer en we zaten aan de keukentafel. Ik zag: die vent is niet in zijn goede doen. Zonder wat te vragen pakte ik een aspirientje dat ik toevallig bij me had. Het was niet van tevoren zo bedacht, maar het pakte goed uit. Die man liep naar de kraan voor een glaasje water, slikte die pil en binnen het half uur zag ik hem opkikkeren. Hij haalde vervolgens alles uit de kast en er is stevig onderhandeld. Zakelijk hadden we nog steeds tegengestelde belangen, tot rechtszaken toe, maar menselijk klikte het. Geen moment hebben we met harde koppen tegenover elkaar gestaan. Daarvan geniet ik en ik weet: mijn aanpak is zo gek nog niet.’
En dat, terwijl Smit vaak niet de brenger van goed nieuws is. ‘Bij gebiedsontwikkeling draait het meestal om grond, om landbouw en natuur. Bij die laatste twee zit het conflict vaak al ingebakken. Als je moet meedelen: wij zijn voornemens door jouw land een sloot te graven en zo’n boer vind jou een rotzak, schopt-ie je van het erf. Dat schiet niet op. Dus zul je er zelf wat persoonlijkheid tegenover moeten stellen.’
Een pijlsnelle carriéreambtenaar was Smit niet; wel een die rangetje voor rangetje zijn weg vond. ‘Ik pak mijn kansen wel,’ dacht hij, toen hij na vier jaar bedrijfsleven terecht kwam bij Staatsbosbeheer (SBB) in Friesland. Op de afdeling post en archief. Anske Smit zag er een mooie springplank in, naar het echte werk in de groene ruimte. ‘Te mooi om waar te zijn,’ vond hij het toen hij genoeg kennis bij elkaar had gegraasd en de overstap maakte naar de Directie Faunabeheer van LNV, later DLG. ‘Ik kwam opeens overal in het buitengebied. En tot op de dag van vandaag heb ik geen moment overwogen iets anders te doen. Ik ben geen bankman, die de hele dag binnen zit. Natuurlijk ontkom ik niet aan het kantoor. Gebiedsontwikkeling is technisch en kent veel kaders en procedures. Daar kan ik me best in vermaken. Zeker als ik merk dat ik er steeds beter de weg in vindt en vakinhoudelijk de boel goed op een rijtje heb. De kans dat voor elkaar te krijgen had ik tijdens de rit. Maar het was niet uitsluitend een kwestie van geluk, want de kabouters doen het niet voor je. Ik heb er zelf ook mijn tanden in gezet. Nu ik op mijn zestigste terug kijk zeg ik zonder aarzelen: ik ben geboren voor het geluk.’
Vanaf het moment dat Smit samen met wat handige jongens op een oeroude Commodore de overlast van ganzen in kaart bracht, ziet hij vooral de voordelen van technologie. Zowel binnen als buiten zijn werk maakt hij er handig gebruik van, vaak om te communiceren. Maar het echte menselijke contact, dat kan en mag volgens hem niet verdwijnen. ‘Als mijn klanten naar Leeuwarden bellen draait het er meestal op uit dat ik na verloop van tijd bij ze over de vloer kom. Dan zien ze er een gezicht bij. Na verloop van tijd ken je een gebied en z’n inwoners als je eigen broekzak, inclusief hoogte- en dieptepunten uit hun persoonlijk leven. Zo moet het volgens mij: de overheid dient dat gezicht te houden. Als zij zich alleen nog maar laat kennen via callcenters, vervreemdt zij zich compleet van haar burgers. Uiteindelijk is dat de dood in de pot van de democratie.’