zaterdag 12 december 2009

Traditie



In 1969 werkte ik bij Lankhorst Touwfabrieken N.V.in Sneek. In mijn eerste baan, als jongste bediende kwam ik bijna dagelijks in de fabriek. Op zowat alle afdelingen. Op zekere dag werd ik aangesproken door Minne van Oosten van de Ververij. De meeste Snekers kennen Minne als BSer.
Hij was jarenlang PvdA raadslid in de Gemeente Sneek. Op de ververij werden sisal-garens geverfd en gekleurd o.a. voor garenvlechterijen en de productie van vloerbedekking in fabrieken te Genemuiden.
Minne was voorman van de ververij. Hij was van de vakbond.. De textielbond "De Eendracht".
Hij hield mij met een doel staande in de ververij en verzocht mij op vriendelijke, indringende en gedecideerde wijze lid te worden van een vakbond. Nu kom ik uit de spatzuivere en oerdegelijke traditie van mijn ouders, die als jongelui in de twintiger jaren van de vorige eeuw overtuigd lid waren van de A.J.C (Arbeiders Jeugd Centrale, afdeling Hindeloopen)
Om een lang verhaal korte te maken: ik werd van de lid van de Bond via Minne! Naar later bleek voegde ik mij als bondslid tussen andere gerespecteerde en notoire Lankhorst medewerkers zoals Jan Warrink en Marten de Rapper.
Na verloop van een paar jaar kreeg ik meer zicht op mijn eigen vaardigheden. Ik had de toen de indruk, dat ik voor de toepassing daarvan niet bij Lankhorst Touwfabrieken NV in Sneek moest zijn. Ik ging werken voor het Ministerie van Landbouw. Ik had indertijd in de zomer van 1969 Jan Speelman wel eens geholpen met de verkoop van balen-pers-touw. Dat gaf mij kennelijk voldoende vertrouwen om een carrière bij Ministerie van Landbouw te beginnen. Daar ben ik werkelijk niet op een bepaalde plek blijven zitten. Ik heb me gemanifesteerd op het gebied van de Landbouw, de Natuur en het Faunabeheer.
Nu......... na al die jaren ben ik steeds gewoon lid gebleven van de Bond, die Minne van Oosten mij destijds in '69 adviseerde.
Gisteren, na veertig jaar kreeg ik in het Museon/Gemeentemuseum in Den Haag hiervoor een gouden speldje.
Naast een andere zakelijke bijeenkomst die ik 's morgens in Den Haag had, heb ik gistermiddag bewust deze gouden onderscheiding van de Bond, op deze bijzondere locatie in het deftige Statenkwartier, in ontvangst genomen.
Ik ben trots op de daden, de traditie en de oorsprong van de inmiddels senior Snekers Jan Warrink, Minne van Oosten, Marten de Rapper en anderen die ik persoonlijk niet ken. Maar ook op alle AJC leden van de afdeling Hindeloopen, waar wijlen Pieter Kool Smit en IJmkje van Kooij, later mijn ouders deel van uit maakten.
Mensen van nu hebben onmiskenbaar nog steeds wat aan de ideeën en gedachten uit deze traditie. Deze traditie maakt deel uit van de ruggengraat van de samenleving. Gelukkig hierdoor, maken Rovers tussen de Dollard en de Schelde niet alleen de dienst uit!
Nou su!
Onderstaande foto: AJC, afdeling Hindeloopen