dinsdag 5 mei 2009

Bevrijdingsfestival 2009

Wij zijn echte bandjes-lui. Vanmiddag drie topacts gezien op het Oldehovepodium in Leeuwarden onder het motto: Vrijheid maak je met elkaarr. Hieronder zie je drie van deze Ambassadeurs van de Vrijheid.
-----
Habib Koite en zijn jeugdvrienden Bamada zijn van Mali, sprankelende wereldmuziek.
Zilveren Harp winnaar Beef maakt een mix van verschillende jamaicaanse stijlen.

Giovanca is van Curacao, heel charmant, is de top van de nu soul.

Tot slot een hapje in deze exclusieve Blauwe Tent. Super de Luxe, met een ongedwongen sfeer en met een prijskwaliteitverhouding waar je U tegen zegt!

Echte Helden getuigen zelden

Vandaag is het Bevrijdingsdag 2009. Vanzelfsprekend doe ik mijn blogje van 15 februari j.l. in de reprise. Omdat echte Helden zelden getuigen en omdat het paralel familie is, doe ik het nu voor hen: Dorus Glashouwer c.s. en Reitje Stallmann.
Vrijdag de dertiende februari j.l. presenteerde ik zomaar vanuit het blauwe hinein, zonder toelichting of commentaar, een lijstje met goederen. Ingedeeld in kolommen nog wel! Ik verbond daar min-of-meer een prijsvraag aan.Sanssouchi reageerde daarop met het goede antwoord. Inderdaad, het betrof de eerste voedselhulp voor de stad Amsterdam, na de bevrijding WO II. Het eerste schip, met hulpgoederen, dat onder gezag van schipper Dorus Glashouwer, door de sluizen van het IJ Amsterdam de Houthaven invoer was, de "Goede Verwachting" uit Hindeloopen. 
Een saillant detail was, en onze persoonlijke link is, dat bemanning van  de Goede Verwachting bestond uit de schipper mijn oom Dorus (Glashouwer) en de verdere bemanning uit zijn vrouw tante Froukje (Bakker) en mijn neef(je) Titte (Glashouwer). Ook was destijds aan boord Reitje Stallmann. Grappig genoeg: dit is Ome Keij, een oom van R*n*t*.

Ome Keij schreef daar na de oorlog het volgende over: 
Dorus was met zijn schip aan de buitenkant van de korte brug in de haven gaan liggen. Hier werd begonnen met laden: van alles en nog wat verdween in het ruim. Op maandagavond 7 mei konden wij uitvaren. Door de reddingboot C.A. den Tex (de Aalde Tex) zijn we naar buiten gebracht. De reis ging naar Stavoren.
De volgende morgen werden we, naar ik meen, opgehaald door een sleepboot van Goedkoop uit Amsterdam. Die nam nog twee of drie schepen mee, geladen met aardappelen waar al flink wat spruiten op stonden. We passeerden Enkhuizen en Marken. Via het IJ voeren we naar de houthaven. Al gauw kwamen er mensen op ons af, die om aardappelen of ander eten vroegen. Ik ontmoette op de wal een man en zei tegen hem: "Wacht maar om de hoek van dat huis, dan breng ik u straks wel wat aardappelen." Hij had een klein jutezakje voor zout bij zich. Ik vulde het met aardappelen en overhandigde het hem zo onopvallend mogelijk. Ik vond dat niet te veel ogen dit moesten zien.
Voor het lossen van het schip moesten wij naar het Singel. We hebben zelf de sluisjes en bruggen bediend. Toen we hadden afgemeerd, ben ik naar de Dam gelopen. Onderweg passeerden mij een paar mannen, die een vrouw op een handkar voortduwden. Zij was inge smeerd met menie of teer en veren. Dit deed mij wel wat! Op de Dam werd zo nu en dan nog geschoten. 's Nachts sliep ik in het vooronder, bij de aardappelen. De volgende dag belandde ik op de Hindeloper reddingboot, waarmee ik terug ben gereisd naar Hindeloopen.

Schipper Dorus Glashouwer werd voor zijn inzet persoonlijk bedankt door de burgemeester van Amsterdam. Ome Dorus maakte hierover deze notitie:
Door den directeur van Hulp aan Holland ben ik aan den burgemees ter van Amsterdam voorgesteld. De burgemeester begroette mij met de woorden: "U is de eerste schipper, die in Amsterdam met levensmiddelen voor de bevolking na de bevrijding aankwam." Hij waardeerde het bijzonder, dat het kleine stadje Hindeloopen zoo zijn medewerking verleende. Op zijn vraag: "Waar hoort u persoonlijk thuis?" zei ik, dat ik uit Hindeloopen kwam. De burgemeester zei tegen mij in het Friesch: "Myn heit is berne yn Koudum. Koudum en Hylpen leinen net sa fier fan mekoar as no." Toen vroeg hij wat of mijn vaart altijd is geweest? Ik antwoordde, dat ik steeds met aardappelen van Friesland naar Amsterdam voer. De burgemeester sprak de wensch uit dat hij hoopte, dat ik nog vele levensmiddelen moge brengen. Gaarne had de burgemeester mij nog langer te woord gestaan, maar hij had het zeer druk. Ik kreeg van hem ten afscheid een warme handdruk.